Bij renovatie bepaalt het gebouwtype welke warmtepompoplossing past. Een rijwoning heeft vooral een plekprobleem voor de buitenunit, een vrijstaande woning een hogere warmtevraag, een portiekflat een keuze tussen individueel en collectief, een monument beperkingen aan de buitenkant en een kantoor of school een groot vermogen met koelvraag. De volgorde is overal gelijk: eerst de schil en het afgiftesysteem beoordelen, dan de opwekking kiezen die bij het gebouw past.
Dit artikel is voor installateurs, aannemers, woningcorporaties en adviseurs die bestaande gebouwen van het gas af halen en per gebouwtype de juiste aanpak willen kiezen.
U leest welke vragen bij elke renovatie terugkomen, welke oplossing per gebouwtype het vaakst past en waar de valkuilen zitten. Met projecten uit de praktijk. Wilt u eerst weten of een individuele woning geschikt is, lees dan warmtepomp installeren in een bestaande woning.
Vijf vragen bepalen bij elk gebouwtype de aanpak:
| Gebouwtype | Grootste knelpunt | Oplossing die vaak past |
|---|---|---|
| Rij- en hoekwoning | Plek voor de buitenunit, geluid bij de buren | Lucht-water in het dak (HydroTop), of all-in-one met buitenunit |
| Vrijstaande woning | Hogere warmtevraag, vaak radiatoren | Lucht-water op hogere temperatuur, of bodem als er ruimte is |
| Portiek- en galerijflat | Geen tuin, weinig ruimte, VvE of corporatie | Ventilatieluchtwarmtepomp per woning, of collectief op het dak |
| Monument en herbestemming | Niets zichtbaar aan gevel of straatbeeld | Dakinbouw, inpandige opstelling, maatwerk |
| Kantoor | Groot vermogen, koelvraag, label C | Reversibele lucht-water in cascade |
| School en sport | Luchtbehandeling, oude koelmachine, tapwater | Warmtepomp op de luchtbehandeling, in fasen naar gasloos |
Bij rijwoningen is de techniek meestal niet het probleem. De warmtevraag is beperkt en na isolatie volstaat vaak 5 tot 7 kW. Het knelpunt is de plek: een kleine tuin, buren aan twee kanten en gevels die geluid terugkaatsen. Bij seriematige renovatie door een corporatie komt daar de uitvoering bij, met bewoners die blijven wonen.
Een oplossing die hier vaak past, is de warmtepomp in het dak. De HydroTop van HydroTopWorks is een prefab dakinbouw voor warmtepompen van 3 tot 9 kW, toepasbaar bij dakhellingen van 30 tot 60 graden. Het buitendeel komt als een dakraam in het dakvlak, de binnenunit op zolder. De tuin blijft vrij. Voor de HydroTop met een Panasonic WH-UD-07JE5 (5 en 7 kW) bij grondgebonden woningen toont een BCRG-kwaliteitsverklaring aan dat de installatie aan de geluidsnorm voldoet. Voor andere combinaties en situaties blijft een geluidstoets nodig. In de HydroTop passen buitendelen van meerdere merken, waaronder de Panasonic Aquarea L-serie.
Is de schil nog niet op orde, dan kan hybride een tussenstap zijn: de warmtepomp levert het grootste deel van de warmte, de ketel vangt de pieken op. Milieu Centraal noemt hybride geschikt voor een matig geïsoleerde woning. Het gebouw blijft dan wel op het gas.
Vrijstaande en oudere woningen hebben meer buitenoppervlak en vaak radiatoren die voor een ketel zijn ontworpen. Ruimte voor een buitenunit is er meestal wel. De vraag is welke aanvoertemperatuur nodig is en of de schil eerst beter moet.
Warmtepompen op propaan halen aanvoertemperaturen tot 70 à 75 °C. Daarmee kan een radiatorennet vaker blijven, maar elke graad hoger kost rendement. In de Installatiemonitor 3.0 haalden all-electric installaties met alleen radiatoren een SCOP van 3,2, met alleen vloerverwarming 3,8. Kijk daarom welke ruimtes de temperatuur bepalen en pak die gericht aan, bijvoorbeeld met ventilatorconvectoren. Meer in warmtepomp met radiatoren.
Is er ruimte voor een bron, dan levert een bodemwarmtepomp zoals de Qvantum QG (7 of 14 kW) een stabiel rendement en kan hij in de zomer koelen. Een voorbeeld van maatwerk in een oudere woning is de jaren dertig-woning met een Kronoterm-warmtepomp, waar de installateur een inpandige opstelling met buffer en boiler koos.
Bij appartementen ontbreekt een tuin en is de ruimte per woning beperkt. Er zijn drie routes:
Voor ingrepen aan gemeenschappelijke delen is meestal een VvE-besluit nodig. Hoe u dat voorbereidt en welke subsidie er is, staat in VvE verduurzamen.
Bij monumenten en karakteristieke gebouwen zijn ingrepen aan gevel en straatbeeld beperkt, en de schil is niet altijd volledig te isoleren. Dat vraagt een opwekking die uit het zicht blijft en een afgiftesysteem dat met een wat hogere temperatuur kan werken.
Bij Lourdeshof werd een monumentale kerk omgebouwd tot woningen. Daar kwamen 14 HydroTops onder het dakvlak, vrijwel onzichtbaar vanaf de straat en via de inpandige gewelven bereikbaar voor onderhoud. Bekijk het project. Bij een kantoor dat werd omgebouwd tot appartementen schakelen drie Panasonic monoblocs van 16 kW op het dak bij naar gelang de vraag. Bekijk het project.
In utiliteitsgebouwen staat vaak al een luchtbehandelingskast, met warmte van een ketel en koeling van een oude koelmachine. Die koelmachine vervangen door een reversibele warmtepomp is vaak de eerste grote stap: de warmtepomp koelt in de zomer en levert in de winter het grootste deel van de warmte. Bij een Rotterdamse school leverde dat circa 80% gasbesparing op; een tweede warmtepomp deed de rest. Lees het in duurzame transformatie voor ieder schoolgebouw. Voor grotere vermogens leverde DHPS de Panasonic M-serie BIG onder meer voor een basisschool en voor sportaccommodaties.
Kantoren groter dan 100 m² moeten sinds 1 januari 2023 minimaal energielabel C hebben. Sportaccommodaties hebben een grote tapwatervraag en vallen onder legionellabeheer. Hoe warmtepompen in utiliteit werken en welke regels gelden, staat in warmtepompen in utiliteitsbouw. Voor bedrijfshallen is er bedrijfspand en bedrijfshal verwarmen.
Bij corporaties en grote eigenaren gaat het om tientallen of honderden woningen tegelijk. Dan tellen andere dingen:
In Someren werden 31 bewoonde woningen voorzien van een HydroTop met een NIBE-warmtepomp; strakke planning en afstemming tussen bouwkundig werk en installatietechniek waren daar doorslaggevend. Bekijk het project. In Tubbergen koos de woningstichting voor hybride warmtepompen van Remeha, waarvan 37 met de buitenunit in een HydroTop. Bekijk het project.
Dat hangt af van de eigenaar. Woningeigenaren kunnen ISDE aanvragen: in 2026 is dat voor een eerste lucht-waterwarmtepomp € 1.025 plus € 225 per kW, plus € 200 bij energielabel A+++, voor woningen gebouwd vóór 2019. Zie ISDE-subsidie voor een warmtepomp. VvE's hebben de SVVE. Zakelijke eigenaren hebben ISDE en de Energie-investeringsaftrek, zie subsidie voor een zakelijke warmtepomp. Voor maatschappelijk vastgoed zoals scholen en sportaccommodaties is er de DUMAVA; de ronde van 2026 sloot op 16 oktober 2026.
DHPS levert warmtepompsystemen aan installateurs en de bouwketen: Panasonic, Kronoterm, Qvantum en de dakoplossingen van HydroTopWorks. Bij een renovatieproject kijken we per gebouwtype mee naar de opwekking, de plek, de buffer, het tapwater en de regeling. U krijgt een gratis principeschema en een onderbouwde productkeuze, en we stemmen de technische details af vóór levering. De warmteverliesberekening en een eventuele akoestische berekening laat u maken door uw adviseur; daar toetsen wij het ontwerp aan. Bij de inbedrijfstelling ondersteunen we telefonisch, op afstand via de cloud en op locatie. Bestellen kan via de webshop voor installateurs.
Lees meer over advies voor de bouwketen of vraag projectadvies aan.
Voor utiliteit en grotere renovaties zie warmtepompoplossingen op maat voor utiliteit en cascade. Voor nieuwbouw in grote aantallen zie complete warmtepompsystemen voor seriematige woningbouw en warmtepomp zonder buitenunit bij nieuwbouw.
Dat hangt af van het gebouwtype. Bij rijwoningen is een lucht-waterwarmtepomp gangbaar, buiten of in het dak. Bij appartementen past een ventilatieluchtwarmtepomp per woning of een collectieve cascade. Bij vrijstaande woningen met ruimte kan een bodemwarmtepomp. Bij utiliteit is een reversibele lucht-watercascade het meest toegepast.
Niet altijd, maar isolatie verlaagt het benodigde vermogen en de aanvoertemperatuur. Milieu Centraal noemt all-electric geschikt bij een redelijk tot goed geïsoleerde woning: Rc 2,5 of meer voor dak en vloer, spouwmuurisolatie en HR++-glas. Is dat niet haalbaar, dan is hybride een tussenstap.
Vaak wel. Warmtepompen op propaan halen aanvoertemperaturen tot 70 à 75 °C. Hoe hoger de temperatuur, hoe lager het rendement: in de Installatiemonitor 3.0 haalden all-electric installaties met alleen radiatoren een SCOP van 3,2, met alleen vloerverwarming 3,8. Pak daarom de ruimtes aan die de temperatuur bepalen.
Een ventilatieluchtwarmtepomp, zoals de Qvantum QE, heeft geen buitenunit nodig: hij haalt warmte uit de afgevoerde ventilatielucht en maakt ook warm tapwater. Hij past bij compacte, goed geïsoleerde appartementen. Bij een complex als geheel is ook een collectieve opstelling op het dak mogelijk.
Ja, als de opwekking uit het zicht blijft en het afgiftesysteem met de haalbare isolatie overweg kan. Een dakinbouw of inpandige opstelling is dan vaak de route. Bij Lourdeshof, een voormalige kerk, kwamen 14 HydroTops onder het dakvlak.
Met één ontwerp per woningtype, een prefab oplossing waar het kan, een vaste montagevolgorde en heldere communicatie met bewoners. Stem de netcapaciteit vroeg af met de netbeheerder, en laat het principeschema controleren voordat er besteld wordt.